Deel 5: Willem II, Floris V en de kastelen

Willem II en Floris V, vader en zoon, fantasietekening gemaakt omstreeks 1450 Archief Libraiana Kennemerland

Willem II en Floris V, vader en zoon, fantasietekening gemaakt omstreeks 1450
Archief Libraiana Kennemerland

De “Graven van Hollandse Huis” hadden vanaf de 11e eeuw in het zuiden een sterke machtpositie opgebouwd. Zij probeerden de West-Friezen in het gareel te krijgen. Er waren voortdurend aanvallen van West-Friezen op Kennemerland, met daaropvolgend strafexpedities georganiseerd door de graaf. En daarop weer tegenaanvallen van de WestFriezen. Het ging decennialang heen en weer. De West-Friezen hadden een soort guerrilla tactiek ontwikkeld: snel en kort toeslaan en wegwezen.

Vanwege hun dapperheid in de strijd tegen de West-Friezen ontvingen de Alkmaarders in 1072 van de Hertog een stadswapen, ten weten een zilveren burcht op een rood veld. Het wapen van Alkmaar verwijst dus niet naar “Kasteel de Torenburg” (die pas in 1254 werd gebouwd of opnieuw verbouwd). Het wapen verwijst naar de ronde toren, die de voorganger was en later werd verbouwd tot een vierkante burcht.

Vooral in de 12e eeuw was er voortdurend hevige strijd. In 1132 trok Dirk VI over het ijs West-Friesland binnen en joeg na twee gevechten de West-Friezen op de vlucht. De WestFriezen hielpen Floris de Zwarte, de broer van Dirk, die ruzie had met de graaf. Daarop werd in 1133 Alkmaar geplunderd. Ook de kerk werd verwoest. De keizer wist tenslotte de broers te verzoenen. In 1166 trokken de Alkmaarders en de Haarlemmers West-Friesland binnen en verwoestten Schagen. Daarop kwamen de West-Friezen terug en Alkmaar werd opnieuw geplunderd en verbrand. In 1188 trok graaf Floris III West-Friesland in en de dorpen Winkel en Niedorp werd in de as gelegd.

Toen het gebied in de periode 1195-1235 moest worden beschermd tegen het opkomend water van de Rekere werd de Coedijck aangelegd. Deze kennen wij tegenwoordig als het fietspad de Rekerdijk. De dijk liep verder naar het zuiden door langs de Voormeer en oostelijk langs de Waert. In die periode waren er wat minder aanvallen van West-Friezen in Kennemerland. Elke West-Fries was nodig voor de aanleg van dijken en de graven van destijds zullen het prima hebben gevonden. In 1250 kon men nog wel met planken van Enkhuizen naar Stavoren lopen, maar bij de zware storm van 1282 spoelde opnieuw enorm veel land weg. De West -Friezen waren wel gedwongen een deal te sluiten met graaf Floris V. In 1288 werd een eerste vrede getekend. Simpel gezegd: Ze beloofden trouw aan de graaf en deze beloofde mee te helpen dijken aan te leggen.

Het wapen van Alkmaar werd al in de 11e eeuw gebruikt.

Het wapen van Alkmaar werd al in de 11e eeuw gebruikt.

Prent Collectie Provinciale Atlas Noord Holland: Moord op Willem II in 1256

Het wapen van Alkmaar werd al in de 11e eeuw gebruikt.

Willem II en zoon Floris V

portret van Floris V - ets uit 1650

portret van Floris V – ets uit 1650

Graaf Willem II, in de hoedanigheid van Rooms-Koning, bracht in 1252 (of 1254) een bezoek aan Alkmaar en liet een huis bouwen op de hoek van de Sint Pietersstraat. Door Willem II werd in 1254 of 1255 opdracht gegeven een dijk aan te leggen in het “moeras in de stad”. Vanaf de Geest naar een nieuw kasteel: de Torenburg, net aan de andere kant van de Vronlegeestmeromringdijk. Op 12 september 1254, in het jaar dat Alkmaar stadsrechten kreeg, vroeg hij aan de baljuw van de Torenburg om de Abdij van Egmond te helpen de kerken in West-Friesland weer onder het gezag van Egmond te brengen.

Tijdens een represailletocht op 28 januari 1256 werd graaf Willem II doodgeslagen, toen hij bij Hoogwoud met zijn paard door het ijs van de Berkmeer zakte. De moordenaars kwamen er pas later achter dat hun slachtoffer de graaf zelf was, die nota bene ook tot koning van het Heilige Roomse Rijk was benoemd. Willem stond zelfs op het punt zich door de paus te laten kronen als keizer van het Heilig Roomse Rijk. Zijn dood gaf ophef in heel Europa. De daders verstopten het lijk en begroeven het in of bij een woning in Hoogwoud.

Willems zoon, Floris V, was pas anderhalf jaar oud ten tijde van de moord op zijn vader. Hij kreeg een voogd (zijn oom) en na een stevige opleiding kreeg hij het als jongeling van 12 voor het zeggen. Hij trouwde op zijn vijftiende met Beatrijs van Vlaanderen. Zij kregen negen kinderen, maar slechts één overleefde de kinderjaren. Daarnaast had Floris ook her en der zeven bastaardkinderen.

Hij mag echter pas vanaf zijn 18e een leger aanvoeren en zijn eerste veldtocht gaat naar WestFriesland, maar zonder succes. Hij legt gelijk een dam en een dijk aan om met zijn leger vanaf de Alkmaarse Geest naar West-Friesland te kunnen gaan: dit is de Munnikenweg. De jonge graaf krijgt heel wat voor zijn kiezen: niet alleen de West-Friezen bieden hevig weerstand met een soort guerrillaoorlog, maar er zijn ook opstanden in Kennemerland en Waterland. Floris lost het slim op door de Kennemers eigen landrecht te geven en Amstelredamme een tolprivilege te geven. Hij verovert door sluwe zetten gebieden op de Bisschop van Utrecht, vergrootte zijn graafschap en rechten. De West-Friezen krijgt hij echter niet onder controle.

De ambitieuze Floris

Floris verbouwde rond 1286 twee burchten die zijn vader had laten bouwen tot heuse kastelen: de Middelburg bij de Munnikenweg en de Nieuwburg bij de Halvemaan. Daarnaast bouwde hij een compleet nieuwe burcht: Eenigenburg (Huys te Nuwendore) nabij Krabbendam. De drie burchten waren voor die tijd razendsnel binnen vijf jaar gebouwd. Eerder had hij al een kasteel bij Wijdenes laten bouwen, nadat hij in 1282 over de nu toegankelijke Zuiderzee met een troepenmacht West-Friesland binnen was gevallen en diverse belangrijk West-Friezen gevangen had genomen. Hij had een grote bouwdrift: in 1279 richtte hij de Ridderzaal in Den Haag op en nadat Jan van Nassau, de bisschop van Utrecht, hem Nedersticht (grofweg de Provincie Utrecht) min of meer gedwongen in onderpand had gegeven, bouwde hij het Muiderslot.

Hij zette opnieuw een veroveringstocht op tegen de West-Friezen, vond het graf van zijn vader en het lukte hem in 1289 de West-Friezen te onderwerpen. Ze hadden ook weinig keus: de voortdurende strijd tegen het water konden zij niet in met de eigen groep meer doen. Extra geld en mankracht was nodig.

Hij liet daarop het Huys te Medemblik (Kasteel Radboud) bouwen. De West-Friese afgevaardigden beloofden de graaf trouw: zij beloofden dat zij hem en zijn manschappen niet zouden hinderen bij het aanleggen van wegen, dijken en burchten, en dat zij de belastingen steeds stipt zouden betalen. De vredesvoorwaarden waren mild. Dat paste in de strategie van Floris: behandel je gewezen vijanden goed en verneder ze niet onnodig.

De ambitieuze Floris timmerde niet alleen fysiek aan de weg. Hij moderniseerde in de gebieden waar hij heerste gelijktijdig het bestuur en steunde de boeren in de strijd tegen lagere adel. Hij gaf de boeren grond in eigendom tegen een redelijke belastingafdracht. Zo verkreeg ook Medemblik als enige stad in West-Friesland stadsrechten. Er was gedurende een aantal jaren sprake van een stabiele periode.

Vandaar de titel: “Den Keerlen God”, God van de gewone man. Het waren lagere lokale edelen die het als spotnaam gebruikten. Floris was op de goede weg en de vrede van 1288 had beslist langer kunnen duren, ware het niet dat er op internationaal vlak een paar jaar later beslissingen werden genomen die noodlottig uitpakten.

Kasteel De Torenburg gezien vanaf de Driesprong (kruispunt Munnikenweg/ Frieseweg) met rechts vanaf de Torenburg naar het Koning Willemshuis de Dijk

Kasteel De Torenburg gezien vanaf de Driesprong (kruispunt Munnikenweg/ Frieseweg) met rechts vanaf de Torenburg naar het Koning Willemshuis de Dijk

De Torenburg (fantasietekening) collectie regionaal Archief Alkmaar PR 1000796

De Torenburg (fantasietekening) collectie regionaal Archief Alkmaar

PR 1000796

De Torenburg

Veel meer dan Floris was zijn vader, Rooms-koning Willem II, veel op reis in Europa. Hij zal overal veel kennis hebben opgedaan over stedenbouw, verdedigingswerken en kastelenbouw. In 1252 kwam Willem naar Alkmaar en liet een stenen huis bouwen op de hoek van de Sint Pietersstraat. Omdat de Alkmaarders met regelmaat geconfronteerd waren met aanvallen van de West-Friezen en deze afsloegen, werd de stad beloond met stadsrechten in 1254. Willem liet ook een dijk aanleggen van het hoger gelegen land (bij de huidige Paardenmarkt) naar de Torenburcht, een ronde toren op een ‘motte’ (ronde heuvel). Die oude toren is het symbool van Alkmaar geworden. 

Het wapen van Alkmaar is dus niet de rode toren waarop door Trijn Rembrandts en anderen zo dapper werd gevochten tijdens het Beleg van Alkmaar in 1573, maar de oude ronde toren van de Torenburg die er vermoedelijk al stond in de 12e eeuw. Vòòr de toren stond een poort met twee torens. De enige afbeelding van het bouwwerk is een penning uit die tijd en deze werd de basis voor alle latere afbeeldingen van het stadswapen. 

De nieuwe dijk ging dwars door het ‘moeras van Alkmaar’, het laagste gedeelte van de stad. Nog steeds is de Ramen het laagste straatje in de stad, wat bij een hoosbui soms nog altijd duidelijk wordt. Deze dijk naar de Torenburg is de huidige de Koningsweg, Koningsstraat en Dijk. Bijzonder is dat deze aansloot op de Vronlegeestemerambachtsdijk, aangelegd door West-Friezen en welke deel uitmaakte van de West-Friese omringdijk. 

Het is moeilijk voor te stellen, maar realiseer je dat de West-Friese omringdijk in 1250 langs de noordzijde van het huidige Luttik Oudorp liep. Dat is nu midden in het centrum! De oude toren stond vlak achter die dijk, aan de oostoever van de Rekere. Op de strategische plek van de oude ronde toren liet Willem II rond 1250 kasteel de Torenburg bouwen, met een grote rechthoekig donjon en nog eens vier extra torens. Het geheel was van duyvensteen (tufsteen uit de Eifel) en werd door water omgeven. Alle tekeningen van de Torenburg zijn fantasie. 

Van de drie kastelen in Alkmaar aan het einde van de 13e eeuw is De Torenburg de oudste. De Middelburg en Nieuwburg waren van baksteen in groot formaat, z.g. kloostermoppen en van later datum. Tufsteen werd toen veel minder gebruikt.

De Middelburg

Lang was de gedachte dat de Middelburg een klein kasteel was. Op het door water omgeven veld zijn in de ondergrond fundaties gevonden en in 1947 in kaart gebracht zonder extra specificaties. De fundaties duiden op een grote donjon (woontoren) over bijna een kwart van het bebouwde oppervlak.

Recente archeo-geofysische onderzoeken hebben aangetoond dat er ten oosten van het nu bekende terrein, een groter gedeelte bebouwd moet zijn geweest. Hier zal ook een voorburcht zijn geweest. Het is logisch dat om controle over de waterweg tussen het Vronermeer en het Zwijnsmeer te hebben de vaart tussen de voorburcht en de hoofdburcht doorliep.

Tijdens het laatste onderzoek bleek ook dat er een zg. barbacane moet zijn geweest; een versterkt poortgebouw, tussen de donjon en de toegangsbrug. Aan de andere kant van het water zal er vermoedelijk ook een ommuurd of met palen omheinde voorburcht zijn geweest. Dat deze voorburcht ook al bestond in 1250 lijkt aannemelijk. Mogelijk werd de aanzet tot de bouw dus door Willem II gedaan. Deze voorburcht werd door Floris V later uitgebreid met een tweede gedeelte, een waterburcht. Het geheel werd omgeven door water, singels met tussenoevers.

Er zijn aanwijzingen die duiden op het bestaan van een scheepswerf en mogelijk ook een sluis. Dit is allemaal vrij logisch langs de waterweg vanaf het noorden naar Alkmaar. Opvallend is dat tijdens onderzoek bij de brug in de Munnikenweg gebleken is dat het water bij die brug erg smal was; eigenlijk net genoeg om een smalle boot door te laten. Nu zullen er inderdaad houten boten zijn geweest, ongeveer in de vorm van de later bekende stalen koolvletten. Het water was overal erg ondiep. De smalle brug (vermoedelijk wel een ophaalbrug) is logisch wanneer je bedenkt dat men controle wilde houden, ook tol wilde heffen en invoerrechten wilde innen. In de Middelburg woonde de rentmeester van Floris V.

De Middelburg (fantasietekening) Prent collectie Regionaal Archief Alkmaar PR 1001365

De Middelburg (fantasietekening) Prent collectie Regionaal Archief Alkmaar PR 1001365

De Nieuwburg

Het kasteel is gebouwd op de plaats waar de zeeklei overgaat op zandgrond. Wanneer wij de fundatie van het kasteel bekijken, zien we direct dat het bestaat uit twee delen: een voorburcht en een hoofdburcht. De voorburcht heeft een onregelmatige vierkante vorm. Bijzonder is dat de voorburcht geplaatst werd in de zeeklei, en de hoofdburcht op (aangevuld) zand. Dit versterkt de gedachte dat ook hier de twee delen van het kasteel niet in dezelfde tijd zijn neergezet. Dit wordt ook nog bevestigd door het gevonden type steen van de fundaties uit de verschillende perioden op de verschillende locaties.

De archeologen Nancy de Jong en Rob Gruben concluderen dat de voorburcht een “castris” was, een met baksteen ommuurd kampement, gebouwd door Willem II rond 1250. Het was een betrekkelijk eenvoudige omheining in een onregelmatige vorm.

Zoon Floris heeft later de hoofdburcht toegevoegd, Dat moet gebeurd zijn na de Slag bij Vronen in1297 en het ondertekenen van de vrede. Die hoofdburcht was daarmee niet zozeer bedoeld als “dwangburcht”, maar veel meer als administratief centrum: het werd het huis van de baljuw, de door Floris V aangestelde ambtenaar. Vermoedelijk draagt het kasteel daarom de naam Nieuwburg.

De stenen voor het kasteel waren een soort kloostermoppen, een grotere maat baksteen. Deze werden in de regio gebakken en met kalkspecie gemetseld. Dit betekende dat ze later ook weer vrij gemakkelijk konden worden losgebikt. De stenen werden overal voor hergebruikt. Bij fundaties werd wel aan het mortel tras toegevoegd. Dit is gemalen vulkanisch gesteente dat veldspaat bevat waardoor fundaties en de onderste lagen van een bouwwerk sterker en meer waterdicht waren. Vandaar dat fundaties na eeuwen nog teruggevonden kunnen worden.

Het is niet bekend waar de stenen werden gebakken. Het lijkt logisch te veronderstellen dat dit langs de Munnikenweg bij de steenplaats was en bij de steenovens, hoewel deze pas in de 16e eeuw voor het eerst worden genoemd en op plattegronden van de stad worden aangegeven. De klei werd met boten over de Rekere aangevoerd vanuit meren ten noorden van de stad.

 

De Nieuwburg gezien vanaf de brug over de burchtsloot

De Nieuwburg gezien vanaf de brug over de burchtsloot

De Nieuwburg: fantasietekening: collectie regionaal archief Alkmaar PR 1001374

De Nieuwburg: fantasietekening: collectie regionaal archief Alkmaar
PR 1001374

Na de getekende vrede in 1299 verloren de kastelen Nieuwburg en Middelburg langzaam maar zeker hun militaire functie.

In 1491 werd de Nieuwburg door het Kaas-en Broodvolk verwoest naar aanleiding van een belastingverhoging door stadhouder Jan van Egmond.

In 1517 werd onze regio belaagd door de Friese Grote (Grutte) Pier en zijn Arumer Zwarte Hoop. Dit was een rebellenleger van een paar duizend man dat vocht voor een vrij Friesland. Het bestond uit vele Friezen, Gelderse huurlingen, ontevreden boeren en lage edelen die niet alleen op land als rovers en plunderaars tekeergingen, maar ook overgingen op piraterij. In Alkmaar vernielden ze in dat jaar de restanten van kasteel Nieuwburg en verwoestten 17 kasteel Middelburg. Ze staken bovendien het stadhuis in de stad in brand waardoor het archief verloren ging.

Na de verwoesting in 1517 was het niet meer de moeite waard de kastelen op te bouwen. De stenen werden losgebikt en bij diverse 16e en 17e eeuwse woningen en gebouwen in Alkmaar zullen stenen van de kastelen in de oude muren verwerkt zijn.