Deel 7: De slag bij Vronen
Schilderij uit de 19e eeuw van de strijd van het Hollands Leger tegen West Friezen
Mede opgestookt door de bisschop van Utrecht kwamen de West-Friezen massaal opnieuw in opstand. Zij wilden het heengaan van de graaf benutten om weer onder het gezag uit te komen. Het kwam ze duur te staan.
De 14-jarige zoon Jan I kwam over uit Engeland. Hij was een maand eerder getrouwd met de dochter van de Engelse koning Edward I. Hij kreeg van de koning een paar raadslieden mee en moest zich houden aan hun adviezen. Hij was zelf te jong om een leger aan te voeren. In het voorjaar van 1297 trok een militaire expeditie naar Vronen, waar vele opstandelingen zich hadden verzameld. Op 27 maart kwam het bij Vronen tot een veldslag.
West-Friezen hadden tot dan toe een guerrillastrijd gevoerd. Een tactiek van “hit-and-run”. Nu werd het een gevecht van man tot man op leven en dood. Troepenmachten stonden tegenover elkaar.
Vele West-Friezen konden vluchten, maar ongeveer 3000 mensen bleven achter. Met boten trok een deel van het leger de Vronermeer over, voer om Vronen heen, waardoor de Vronergeest werd ingesloten. Er volgde een enorme slachtpartij en het hele dorp werd volledig verwoest, de kerk werd verbrand.
Na deze zware slag gaven de opstandelingen zich over en begonnen de onderhandelingen naar een volledige overgave van heel West-Friesland. Vermoedelijk was de verschrikkelijke slachtpartij bij Vronen bewust bedoeld als voorbeeld wat met opstandelingen in de rest van West-Friesland kon gebeuren.
In 1991 deden de bewoners van de woning (vrijwel) op de hoek van de Meeuwenlaan en de Bovenweg in Sint Pancras een opmerkelijke ontdekking. Zij wilden hun voortuin opknappen en extra groen plaatsen.
Tot hun verbazing vonden zij diverse schedels en botten op amper dertig centimeter diepte. Natuurlijk werd er direct archeologisch onderzoek gedaan. Op het stukje grond van amper 6×4 meter vonden ze de skeletresten van naar later bleek 132 personen, mannen, vrouwen, kinderen. Diverse botten ouder dan de 13e eeuw toonden aan dat men leed aan artrose en lepra. Talrijke botresten uit eind 13e eeuw vertoonden echter zware verminkingen.
Met zwaarden of bijlen moet op de slachtoffers zijn ingehakt. En niet één keer. Meerdere keren werden op hoofden en benen ingehakt.
Overigens meldde Gijsbert Boomkamp in 1740 dat hij op het kerkhof verscheidene beenderen van overlevenden had gevonden. Het kerkhof had een omtrek van 700 voet, dus het moet circa 10 x 20 meter groot zijn geweest.
In het archeologisch museum Huis van Hilde wordt het verhaal van Vronen verteld en hier zijn diverse botresten en schedels te bezichtigen. Ook in het Nobelhuis in Sint Pancras is hiervoor een kleine vitrine ingericht
Het is niet bekend wie nu de uitvoerders waren van de slachtpartij in 1297. Floris V zelf zou nooit opdracht hebben gegeven voor zo’n wrede strafexpeditie. Waar kwam dit bruut geweld vandaan?
Het bloedbad
Gevonden schedel met wonden door het zwaard
Na de dood van Floris V komen als straf voor de complotplegers het Gooi, Amstelland met Amsterdam en
Woerden definitief toe aan Holland i.p.v. aan Utrecht. Tot op de dag van vandaag dus.
Het is interessant gebeurtennissen achter elkaar te plaatsen: Daarvoor moeten we de extreme wrede wijze van oorlogsstrijd in Engeland erbij betrekken.
De troepen van de Engelse koning Edward I hadden op Goede Vrijdag in maart 1296 in de Schotse havenstad Berwick-upon-Tweed een enorm bloedbad aangericht, met duizenden doden (strijders en burgers, naar schatting 7.500 tot 17.500) tot gevolg. Het ging gepaard met extreme wreedheid, bedoeld om de Schotten te intimideren en hun verzet te breken. Het staat bekend als het wreedste bloedbad ten tijde en de start van de Eerste Schotse Onafhankelijkheidsoorlog (1296-1328). Koning Edward had opdracht geven, niemand te sparen, ongeacht leeftijd of geslacht. Kroniekschrijvers meldden dat het bloed in de straten het rad van de watermolen kon laten draaien…
De dood van Floris werd ook in Engeland snel bekend.
Na de dood van Floris werd er direct geschakeld: Zoon Jan moest nu Floris opvolgen. Edward I liet een aantal Engels-gezinde edelen uit het graafschap Holland naar Engeland komen om het huwelijk van de toen 13-jarige Jan bij te wonen. Tot dit gezelschap behoorden de Zeeuwse edelen Jan III van Renesse en Wolfert I van Borsele.
Op 7 januari 1297 trouwde Jan met Elisabeth van Rhuddian en een maand later vertrok de jonge man (zonder echtgenote) naar Holland met de twee door Edward aangewezen raadslieden Van Renesse en Van Borsele. De Stadsklerk van Dordrecht Melis Stoke schrijft in zijn Rijmkroniek van Holland uit 1302 dat beiden nota bene zelf betrokken waren bij de ontvoering en moord op Floris V. De jonge graaf stond geheel onder invloed van deze Zeeuwse raadsheren.
Op 27 maart van datzelfde jaar was het deze Jan III van Renesse die de troepen bij Vronen aanvoerde. Was hij door Edward I tijdens het huwelijksfeest ingefluisterd? “Van Renesse, ik geef je een tip: doe maar gewoon met die West-Friezen wat wij vorig jaar in Berwick-upon Tweed hebben gedaan… Stel een voorbeeld! Er woont niemand meer in Berwick. We gebruiken nu de kerk als paardenstal…”
Van Renesse werd na de slag benoemd tot Baljuw van Zuid-Holland. Anderen edelen waren het er niet mee eens en Van Borsele wist de jonge graaf op te zetten tegen Van Renesse. Hij werd nog hetzelfde jaar 1297 beschuldigd van verraad en zocht daarop zijn toevlucht bij de graaf van Vlaanderen, Dampierre, schoonvader van Floris, die ook in het complot van diens ontvoering zat. Vlaanderen en Holland lagen in die periode voortdurend met elkaar overhoop. Het ging vooral om de rechten op Zeeland. Van Borsele deed in de ogen van velen ook verkeerde dingen en werd korte tijd later vermoord bij een volksopstand.
Edelen, groot en klein, lagen voortdurend met elkaar overhoop. Dat gold overal in WestEuropa. Het waren heftige tijden….
Kaart West Friesland Regionaal Archief Alkmaar PR1001365
Het wapen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier met schild anno 2026 en het Wapen van het Heilige Roomse Rijk zoals deze sinds het jaar 1000 werd gebruikt. De tweekoppige zwarte adelaar komt nog altijd terug. Wij zijn altijd verbonden met onze geschiedenis.
